Susanne Bruynzeel

Waarneming, mensen daar bewust van maken, daar is altijd wel sprake van in het werk van Susanne Bruynzeel. Voor DeFKa maakte ze in krijt op papier de hoek van de expositieruimte na.Susanne Bruynzeel DeFKa

Tijdens de opbouw vroeg een jongen aan Bruynzeel of ze met een performance bezig was, terwijl ze met zeven kleuren krijt probeerde de kleur en structuur van de vloer te imiteren. Nee, geen performance, maar hij had goed gezien dat niet alleen het resultaat maar juist ook de handeling van belang was, het reconstrueren van hoe dingen zijn. ‘Als je iets namaakt, dan laat je indirect zien wat iets is.’ aldus Bruynzeel. ‘Ik wist ook dat het niet helemaal zou lukken, dat wil zeggen, niet helemaal een sprekende kopie zou worden. Maar ik wilde het wel echt zo goed mogelijk proberen.’ Ook de wanden zijn gekopieerd, met wit op wit, en daar is de gelijkenis het sterkst. ‘Dat je dat niet direct ziet, dat vind ik ook prettig, dat er nog iets te ontdekken valt als je dichterbij komt.’

De handeling van het kopiëren verbindt dit werk met wat ze vorig jaar in DeFKa heeft laten zien. Daar reproduceerde ze, zij het niet zo natuurgetrouw mogelijk, een van de groene zonneschermen van het gebouw. Zo’n herhaling heeft een ‘wijzend’ effect, het laat je beter kijken. ‘De zonneschermen daar waren eigenlijk het mooiste van het hele gebouw, een vrij grauw jaren vijftig gebouw met dan die felgekleurde schermen voor de ramen.’ Op de Kunstvlaai is er ook dat effect van wijzen: ‘Sommige mensen zeiden dat ze, nadat ze mijn werk hadden gezien, ook opeens keken naar de muren van de hal. Niet zozeer de witte tussenwandjes, maar juist ook die van de hal zelf.’

Een ander aspect heeft dit werk gemeen met een werk dat Bruynzeel in GUM maakte. ‘Daar had ik de muren beplakt met transparant folie, maar een aantal plekken opengelaten, gespiegeld aan de ramen ertegenover. De ingreep was nauwelijks zichtbaar, maar had een enorm zuigende werking. Als je het eenmaal ziet, dan is het ook ontzettend zichtbaar.’

Het werk op de KunstVlaai, dat ook maar nauwelijks aanwezig is, heeft ook wel iets recalcitrants, beaamt Bruynzeel. Een stil protest tegen de vele dingen, tegen de sfeer van ‘nu moet iedereen zichzelf hier representeren’. Het is in dat opzicht minder autonoom dan veel werken op de Vlaai, doordat het vrijwel opgaat in de context. ‘Het is niet eens een ding; het wijst naar de plek zelf, waar je dus eigenlijk een ding zou moeten laten zien.’

(LvR)

Reacties zijn gesloten.